In het ziekenhuis

In het ziekenhuis

Soms voel je je heel erg ziek. Je hebt het misschien heel benauwd en kan niet goed ademen. Dat komt door het taaie slijm. Dat zit opgepropt in je luchtwegen en dan kan je adem er bijna niet door. Ook slechte bacteriën kunnen er nu niet uit en maken je longen ziek.

Het kan zijn dat je thuis niet beter wordt en dat je naar het ziekenhuis moet. De dokter kan dan iedere dag kijken hoe het met je gaat.

In het ziekenhuis onderzoekt de dokter je spuug. In je spuug zitten de bacteriën die je ziek maken. Als de dokter weet welke bacteriën dat zijn, dan weet hij ook welke medicijnen jij moet krijgen om weer beter te worden. De medicijnen krijg je door een slangetje in je arm. Dat heet een infuus. Zo komen de medicijnen sneller in je lichaam en gaan de bacteriën dood.

Als je je weer wat beter voelt, doe je samen met de fysiotherapeut wat oefeningen.

Alleen op een kamer

In het ziekenhuis lig je alleen op een kamer. Dat is niet leuk, maar andere kinderen kunnen je dan niet nog zieker maken. Kinderen met CF komen nooit bij elkaar op de kamer. Zij mogen bacteriën niet aan elkaar doorgeven, omdat ze dan nog zieker worden. De CF-verpleegkundigen komen wel een paar keer per dag bij je kijken. Zij brengen ook je eten en je drinken.

En natuurlijk mogen je papa, mama en broertje/zusje ook op bezoek komen!

 

Naar huis

Als de medicijnen hebben geholpen, mag je weer naar huis!