Verschillende dokters

Als je naar het CF-centrum gaat voor je jaarlijkse grote onderzoek, zie je een heleboel dokters. Maar wat doen ze nou eigenlijk?

De keel-, neus- en oordokter

Deze dokter kijkt in je neus, in je oren en in je keel. Hij zet een lampje op zijn hoofd en door kleine buisjes heen kijkt hij naar binnen.

De longfunctiedokter 

Bij deze dokter moet je een heleboel testjes doen. Hij gaat kijken hoe het met je longen gaat. Je krijgt een zacht lichtblauw knijpertje op je neus. Dan moet je in een apparaatje ademen. Eerst even gewoon en dan moet je heel diep inademen en keihard uitademen. Op een computerscherm kun je dan zien hoe hard je geblazen hebt. De longfunctiedokter heeft ook een soort telefooncel waar je in gaat zitten. Daar hangt weer zo’n blaasapparaat. Als je al die testjes hebt gedaan moet je wat medicijnen inademen om je longen wat wijder te maken en dan doe je al die testjes nog een keer.

In een ander kamertje staat een loopband. Eerst krijg je plakkers op je borst die jouw hartslag kunnen meten. Aan je vinger plakt de dokter een rood lampje. Dat lampje meet hoeveel zuurstof er in je bloed zit. En dan krijg je ook nog een soort pilotenmasker op. Dat masker meet hoeveel lucht jij inademt en uitademt. Dan moet je met al die dingen aan je lijf op een loopband rennen.

De röntgendokter 

Misschien heb je wel eens een skelet gezien. Een skelet is gemaakt van allemaal grote en kleine botjes. Onder jouw vel zit ook zo’n skelet. De röntgendokter kan met speciale stralen een foto maken van jouw skelet. Die stralen heten röntgenstralen. Op die foto kun je dan je botten zien, maar ook je longen en je hart. Om die foto te kunnen maken, moet je eerst je trui en je hemd uittrekken. Dan ga je voor een scherm staan. Een groot apparaat dat helemaal niet op een fototoestel lijkt maakt dan een foto van jouw bovenlijf. Je moet dan proberen om zo stil mogelijk te blijven staan. Het duurt maar heel even en je voelt er helemaal niets van. De röntgen-stralen die de foto maken zijn niet gevaarlijk. Alleen als je de hele dag die stralen opvangt is dat niet zo gezond. Daarom draagt de dokter die de foto maakt een speciale schort. Dat schort beschermt hem tegen teveel stralen.

De fysiotherapeut 

De fysiotherapeut kijkt vooral naar je conditie. Hij wil weten of je fit bent of juist een beetje slapjes. Ook kun je met hem ademoefeningen doen. En hij kijkt hoe je lichaamshouding is. Of je mooi rechtop zit bijvoorbeeld. De fysiotherapeut geeft veel tips. Over hoe je gezond kunt bewegen, kunt huffen en het beste ademhalen.

De diëtist 

De diëtist weet alles over eten. Wat gezond eten is en wat niet zo gezond is. Samen met de dietist neem je bijvoorbeeld ook de aantekeningen door die je hebt gemaakt tijdens het poep verzamelen. Zij zal je tips geven over wat jij het beste kunt eten.

De maatschappelijk werker 

Deze dokter is een praatdokter. Jouw ouders kunnen met hem praten over hoe het
thuis gaat. Niet alleen over jou, ook over je broers en zussen. En over henzelf. Je mag bij dit gesprek zijn als je wilt. Dan kun je ook wat over jezelf vertellen. Over hoe het op school gaat bijvoorbeeld.

De psycholoog 

Aan deze dokter mag je vertellen wat je van je ziekte vindt. Of je veel last hebt van jouw CF. Of je vriendjes weten dat je CF hebt. Of je wel eens heel erg baalt van CF of dat het je niks kan schelen. De psycholoog kan hele goede tips geven. Bijvoorbeeld als je een tijdje niet zo vrolijk kunt zijn omdat je alsmaar moe bent.

De kinderlongarts

De kinderlongarts wil een heleboel van jou weten. Of je goed gegroeid bent en of je je fit voelt. Maar hij vertelt jou ook de uitslag van het bloedonderzoek. En wat de mensen in het laboratorium in je poep gevonden hebben. En ook wil hij nog een beetje van jouw spuug hebben om in het laboratorium te laten onderzoeken.

CF-verpleegkundige

Een CF-verpleegkundige zie je vaak als je het CF-centrum bezoekt. Een CF-verpleegkundige weet heel veel van CF en regelt van alles voor de dokters en voor jou. Zo zorgt ze er bijvoorbeeld voor dat de longarts en fysiotherapeut jou zien. Ook neemt ze bloed af. Aan bloed kunnen ze zien hoe het met je gaat. En kijken ze naar je spuug.

De verpleegkundige is er ook voor al je vragen over:

  • medicijnen;
  • vernevelen;
  • hoe jij het vindt om CF te hebben;
  • hoe het is voor je ouders, broertjes en zusjes; 
  • school.

Als je 12 bent praat de CF-verpleegkundige met je over hoe je zelf met CF om kunt gaan. Want als je 18 bent ga je naar de volwassen CF-afdeling. En dan kan je als het goed is al heel veel dingen zelf, zoals je pillen op tijd nemen en vernevelen. Of kan je dat nu al?

Je kan de CF-verpleegkundige ook bellen als je vragen hebt.

Onderwijsconsulent

Een onderwijsconsulent wil graag weten hoe het met jou gaat op school. Hij of zij weet veel van hoe jij, je ouders en je juf of meester op school kunnen omgaan met CF.
Hoe zit het met je schoolwerk als je ziek bent en in het ziekenhuis moet blijven? De onderwijsconsulent geeft je dan les en overlegt met je juf of meester. In het ziekenhuis krijg je dan les in een lokaal of aan je bed. Samen overleggen jullie dan welk schoolwerk je het beste kan doen en helpt hij/zij je als je vragen hebt of iets niet begrijpt.